|
|
Analysebureau Luchtvaartvoorvallen moet opnieuw worden
ingericht.
Nieuwsbericht | 11-11-2009
Het loket waar voorvallen in de luchtvaart worden gemeld, het
Analysebureau Luchtvaartvoorvallen, moet opnieuw worden
ingericht om het effect van het meldingensysteem te vergroten.
Dit adviseert de Commissie van Delden die op verzoek van het
kabinet de Meldingsplicht Voorvallen Burgerluchtvaart heeft
geëvalueerd. Ook concludeert de commissie dat er regelmatig
overleg moet plaatsvinden tussen luchtvaartsector en OM over de
voorvallen zodat de relatie tussen beide versterkt wordt. Het
kabinet neemt de conclusies van de commissie over. Dit hebben
minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat en minister Hirsch
Ballin van Justitie vandaag laten weten in een brief aan de
Tweede Kamer.
Deze evaluatie van de Commissie van Delden is aangekondigd toen
in 2007 in Nederland nieuwe Europese regels gingen gelden over
het melden van voorvallen. Het werd voor bepaalde beroepsgroepen
in de burgerluchtvaart, zoals gezagvoerders en
luchtverkeersleiders, verplicht om melding te maken van
defecten, fouten of andere onregelmatigheden. Het gaat hierbij
om voorvallen die invloed kunnen hebben op de vliegveiligheid
maar die niet leiden tot een ongeval of ernstig incident. Dit
meldingensysteem leidt tot een centraal overzicht van de
voorvallen met als doel de luchtvaartveiligheid te vergroten.
De commissie heeft twee jaar na invoering van het nieuwe systeem
gekeken hoe het functioneert en wat er verbeterd kan worden.
Volgens de commissie is het aantal meldingen fors toegenomen
maar functioneert het loket waar de meldingen binnenkomen nog
niet optimaal. Dit Analysebureau Luchtvaartvoorvallen (ABL),
koppelt de meldingen bijvoorbeeld niet regelmatig terug aan
overheid en sector. Hierdoor staat de meldingsbereidheid in de
sector onder druk. Daarnaast zou het ABL meer analyses moeten
maken van trends, gevolgen en oorzaken zodat er geleerd kan
worden van de informatie. Inmiddels is er bij het ABL al een
begin gemaakt met het opvolgen van deze aanbevelingen.
Omdat het enige doel van de melding een verhoging van de
vliegveiligheid is, zijn de gegevens van de melder beschermd. De
melding wordt dan ook niet gebruikt voor strafrechtelijke
vervolging, tenzij er sprake is van opzet of grove nalatigheid.
Als dit het geval is legt het ABL contact met het OM om de
melding te onderzoeken. Volgens de commissie van Delden moet dit
zo blijven. Overigens is het sinds de invoering van het nieuwe
systeem nog niet voorgekomen dat een melding naar het OM is
doorgestuurd. Binnen de luchtvaartsector leeft het gevoel dat de
meldingsbereidheid onder druk staat door deze mogelijkheid. Om
het vertrouwen tussen sector en OM te versterken moet volgens de
commissie de transparantie worden verhoogd, onder andere door
regelmatig overleg tussen sector en OM. Een dergelijk zogeheten
casusoverleg kan de relatie tussen de sector en het OM
versterken en verbeteren.
Naast de commissie van Delden heeft ook het adviescollege voor
luchtvaartveiligheid (DEGAS) de rol van strafrechtelijke
vervolging bij luchtvaartincidenten geëvalueerd. DEGAS komt in
grote lijnen tot dezelfde conclusies maar vindt dat de wet
aangepast moet worden door het begrip grove nalatigheid op
voorhand buiten het strafrecht te houden. Het kabinet neemt dit
advies niet over omdat een sluitstuk nodig is indien
strafrechtelijke vervolging onverhoopt aan de orde zou kunnen
komen.
Zie ook:
Thema Avond december 2006.
Nieuwsbrief januari 2007.
Persbericht augustus 2009.
Advies Evaluatiecommissie Meldingsplicht Voorvallen
Burgerluchtvaart.
|